Camino why ….

 

Hieronder heb ik een kopie gemaakt van een text die mij aanspreekt en voor mij ook een antwoord is op de vraag: Waarom zo ver………  Ik trof deze text aan op de website van “ziel gaat te voet”.  Klik hier voor deze site.
 

2016 02 05 236

Wandelen is een manier om te vertragen, om het hoofd leeg te maken, om los te komen van je dagelijkse werkelijkheid en je levensvragen te aanschouwen. Wandelen als spreekbuis van de ziel.
In ons dagelijks leven doen we vaak het tegenovergestelde: wij zijn met een vol hoofd gehaast op weg.

We zijn te druk, en er blijft weinig tijd voor bezinning of voor onze medemensen over.
De verleiding is groot, om mee te doen aan deze ‘ratrace’ naar meer, beter, mooier, sneller, groter en duurder.
Deze begeerten kunnen ons tijdelijk gaande houden, maar putten ons na verloop van tijd uit.
We krijgen fysieke klachten. We branden op. We raken leeg. We worden depressief.

We twijfelen aan de zin van het leven dat we leiden….  Wat geeft mij ten diepste bevrediging ?
Tegelijkertijd is onze wereld een dorp geworden: dagelijks krijgen we de beelden van brandhaarden, vluchtelingen, uitgebuite kinderen, mensen die omwille van hun huidskleur, ras, geloof of geaardheid worden vervolgd en hongersnood op ons netvlies.

 

We gunnen onszelf nauwelijks meer tijd voor bezinning of reflectie, en denken na over antwoorden op vragen zoals….
  –  Waar gaat het om in het leven ?
  –  Laat ik nieuws beelden nog echt bij mij binnenkomen ?
  –  Leef ik ten volle ?
  –  Wie ben ik in relatie tot anderen ?
  –  Welk steentje draag ik bij aan deze samenleving ?
  –  ………….. ?

Dit zijn vragen waar we met onze dagelijkse zorgen aan makkelijk aan voorbij gaan. Vragen die met zingeving te maken hebben. Misschien zelfs wel met iets dat niet van deze wereld is.
Vanuit het vermoeden of misschien zelfs wel het besef dat er meer moet zijn dan alleen het materiële.  De haast en de jacht naar het materiële doen ons voorbij hollen aan datgene wat echt wezenlijk is.
Dat wezenlijke is niet materieel en is voor de ogen onzichtbaar. Wat voor de ogen onzichtbaar is, raakt ons ten diepste …. het raakt onze ziel.

Voor sommige mensen spelen geloofskwesties een rol. Het besef, de ervaring of de beleving van de Schepper, de Onnoembare of God kan het leven nog gecompliceerder maken of juist troost bieden.
Voor anderen spelen dit soort geloofskwesties niet of nauwelijks een rol. Zij willen afstand nemen van de hectiek van iedere dag of reflecteren over te maken keuzes.

Welke weg zal ik inslaan op dit kruispunt in mijn leven waar ik nu sta …….

 

Wat is Pelgrimeren: Herman Vuijsje aan het woord.
Journalist en publicist Herman Vuijsje heeft in 1989 van Santiago de Compostela  naar Amsterdam gelopen.
Van zijn reis is in 1990 een boek verschenen. Een stukjes uit dat boek neem ik hier over.

Ontmoetingen op de Camino berusten, net als die tijdens het liften, op een unieke mix van intimiteit en anonimiteit. De contacten zijn even kort als intens. Je krijgt een scherp oog voor de kleine menselijke ‘vignetten’ waarmee je wordt geconfronteerd… Pelgrims vormen niet alleen een gemeenschap, maar een kleinschalige gemeenschap. Ze zijn op elkaar aangewezen voor gezelligheid en informatie. Communicatie is dus essentieel, maar ook daarbij gaat het kleinschalig toe: mondelinge overdracht speelt de hoofdrol. Omdat een vast punt in de vorm van een dorpspomp ontbreekt, babbelen, roddelen en ouwehoeren pelgrims overal waar ze elkaar maar tegenkomen erop los. De uitgebreide besprekingen die worden gewijd aan degenen die zich vóór of achter je op de route bevinden maken dat je ze vaak al door en door kent wanneer je ze eindelijk ziet aankomen.

Vuijsje heeft in 2002 een nieuw Voorwoord in zijn boek geschreven.

In de Middeleeuwen was de tocht naar Compostela een poging tot schuldenregeling met de Schepper, maar vanaf de Renaissance kreeg een meer individuele en ‘bevindelijke’ pelgrimage de overhand. De beloning bestond steeds minder uit aflaten en pelgrimstekens, en steeds meer uit een gevoel van herwonnen harmonie met jezelf en met je omgeving. De huidige opleving is een nieuwe stap in die ontwikkeling naar bevindelijkheid. Meer dan ooit is de Santiagopelgrimage een persoonlijke onderneming geworden. Daarmee sluit de tocht naadloos aan op de huidige tijdgeest, gericht op zelfontplooiing, individualiteit en bijzondere ‘belevenissen’. Hoe is het te verklaren dat de Camino de Santiago zo’n verbazende flexibiliteit aan de dag legt, en zich moeiteloos aanpast aan steeds nieuwe gemoedsstemmingen? Het antwoord ligt denk ik in de naam besloten: het is de ‘Weg van Santiago’… Santiago is: ‘ervoor gaan’. Daardoor heeft het zich ook weten te bevrijden uit de sfeer van boetedoening en onderdanig gesmeek waarin pelgrimsoorden als Lourdes, Kevelaer en Medjugorje zijn blijven steken. Wie de reis naar Compostela aanvaardt, toont juist zelfvertrouwen en autonomie. De heilige Jacobus is voor de meeste pelgrims van tegenwoordig eerder een symbool dan een machtig voorspreker die een goed woordje voor je kan doen bij Onze-Lieve-Heer…Maar opnieuw brengt de Camino verlichting. Toen we even niet opletten omdat we het te druk hadden met onszelf en met het up-to-date houden van ons netwerk, heeft hij zich soepeltjes aangepast aan onze nieuwe behoeften. Wat hij ons nu te bieden heeft, is niet meer een vorm van zekerheid, zoals onze voorouders uit de Middeleeuwen die begeerden. De Camino stelt ons juist in staat om tijdelijk met minder zekerheden te leven. Het gevoel onderweg te zijn. Natregenen en zien dat daarna de zon weer te voorschijn komt. Steeds één stap zetten en weten dat je verder niks hoeft te doen om goed of zinvol ‘bezig te zijn’. Dat is alles. Heel licht eigenlijk… Nu we steeds meer zekerheden bevochten hebben, schenkt de Camino ons vrijheid – een vrijheid die we in ons dagelijks leven moeten ontberen. Eigenlijk gaat het om een hele serie vrijheden, en daarbij doel ik op ‘vrijheid’ in de dubbele betekenis van het Amerikaanse freedom. In 1941 hield de Amerikaanse president Franklin Roosevelt zijn beroemde four freedoms speech. Twee van die vrijheden zijn positieve verworvenheden: vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. De andere twee zijn negatief geformuleerd: gevrijwaard zijn van gebrek en van vrees.

Ook de tocht naar Compostela biedt vier vrijheden waarvan er twee betrekking hebben op dingen die we graag willen, en twee op dingen waarvan we gevrijwaard willen blijven. De eerste twee zijn: vrijheid van expressie en vrijheid van denken. Als pelgrim moet je maar één ding: lopen. De rest is facultatief. Hoe je je kleedt, met wie je loopt, wat je zingt en wat je denkt –het is allemaal vrij. Ook in dit opzicht toont de Camino zijn flexibiliteit. De middeleeuwse pelgrimage was alleen tot een succesvol einde te brengen als je alles precies volgens het boekje deed. Dat gold voor het aandoen van heilige plaatsen en het verrichten van rituelen, maar ook voor de gedachten die je daarbij koesterde. De hedendaagse pelgrim is juist vrij in zijn gedachten, en de grootste vrijheid ervaart hij als hij helemaal nergens aan hoeft te denken. Het vrijheidsgevoel van de pelgrim heeft ook iets te maken met het verloop van de tijd…In tijdsopzicht vormt de pelgrimage naar Compostela een veel groter contrast met ons alledaags bestaan dan die naar Rome of Lourdes. Voor Lourdesgangers telt vooral de bestemming: een plek waar ze door effectief te handelen concrete resultaten hopen te boeken. In dat opzicht verschilt hun reis niet zo erg van hun normale leven. Wie naar Lourdes vertrekt, weet wat hij wil. Wie naar Santiago trekt, maakt zich juist los van begrippen als efficiëntie en effectiviteit. Vaak weet hij juist niet wat hij wil, maar gaat hij op pad om daar achter te komen. Start of finish zijn niet van belang -dat zijn begrippen uit een andere wereld, de wereld van productief nadenken en handelen, de wereld waarvan je als pelgrim bent vrijgesteld… Je bent als pelgrim ook vrijgesteld van het maken van keuzen…Gun jezelf het bevrijdende gevoel dat er nu even niets hoeft. Aanvaard het geschenk van hedendaags Compostela: vrijwaring van een teveel aan keuzen.

Uit: Herman Vuijsje. Pelgrim zonder God. Uitgeverij Contact,
Amsterdam/Antwerpen, 2002.